![]() |
||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
|
Heider
Koshty vanuit Nahr el Bared | 4 juli 08 | 6 juli 08 | 12 juli 08 | 12 juli 08 |Welkom in
Nahr el Bared Na een verschrikkelijke vlucht vol bleirende peuters met stinkende pampers en een twee uur durende busrit is de groep gezond en wel in het kamp toegekomen. De belofte om iedere dag te bloggen zal ik jammer genoeg niet kunnen houden. Een goede internetverbinding is in dit kamp nagenoeg onbestaande en de ook de qwerty-toetsenborden vergemakkelijken de taak van uw Terjodense correspondent niet. Als je het kamp bekijkt is de slechte verbinding nog het kleinste probleem: de situatie hier is schrijnend. Aan het checkpoint van het kamp werden we door soldaten met vuurspuiten verplicht onze bagage helemaal uit te keren. Een bezoekje aan de metaaldetector is hier blijkbaar legio. Na een schoonheidslaapje van zes uur kregen we een rondleiding in het Nahr el Bared kamp. Wat ik daar vandaag en gisteren zag, tart iedere verbeelding. Het kamp bestaat uit een nieuw en een oud deel. Na het zien van het nieuwe deel, dat bestaat uit vervallen gebouwen met door granaten en kogels getroffen muren werd ik al even stil. Vuile rioleringen, uitgebrande auto's en wegen die bestaan uit gestampte grond. De modernste auto die ik zag was van bouwjaar 1970. Dit deed me al het ergste verwachten voor het oude deel. En laat ik er geen doekjes omwinden: ik kreeg een krop in de keel. Er staat niets meer recht. Elk gebouw is met de grond gelijk gebombardeerd. Het lijkt alsof hier een meteoriet is neergevallen en alles wat leeft platweg heeft weggeveegd. Als men in Hollywood ooit van plan is een nieuwe amageddon te draaien, is dit de ideale plek. Nooit in mijn leven heb ik ooit zulk apocalyptisch schouwspel gezien.
Flatgebouwen van zes tot acht verdiepingen foetsie. Bij het inslaan van een raket valt de bovenste verdieping recht op de verdieping eronder en zo tot het gelijkvloers. Bij sommige ingestorte etages zitten meubels en zelfs auto's gekneld tussen vloer en plafond. Laat ik je het op een papiertje schrijven dat daar geen mens levend uitkomt. Bij het aanschouwen van ieder huis galmt steeds dezelfde vraag door mijn hoofd: waarom, waarom, waarom??? Wat hebben deze mensen die nog geen geld hebben om voedsel of onderdak te kopen, laat staan wapens, misdaan? Dag in dag uit, jarenlang al moeten ze vechten om hun armtierig bestaan voort te KUNNEN zetten. En wat doet het leger? Ze gooien er meer dan duizend!! raketten op. Laat ik daar een kanttekening bijzetten dat dit kamp een oppervlakte heeft van amper 3 vierkante kilometer. Daar kan ik met mijn Terjodens boerenverstand niet bij. Werk
werk werk! De derde dag in Nahr el Bared was hard op zowel lichamelijk en emotioneel vlak. We zijn nu al enkele dagen bezig met een containerkliniek op te knappen. De containers waarin operatiezalen, wachtkamers en consultatieruimtes moeten komen zijn daar zonder enige zin voor organisatie neergezet. Zelfs een blinde kon zien dat we hiermee onze handen vol gingen hebben. Er ontbreekt vanalles. De deuren stonden bijna een meter boven de grond wat zeer rolstoelonvriendelijk is.
Van een grond tussen de containers was zelfs geen sprake, die bestond uit enkel grote stenen, stukken baksteen en een grote hoop vuilnis. We hebben met de hulp van de Palestijnen de tonnen stenen en grind laten aanvoeren om het hoogteverschil met de deuren zoveel mogelijk te beperken en de schots en scheve muren ben ik persoonlijk met de kliefhamer te lijf gegaan. Het werk is ondertussen al heel flink opgeschoten maar het is heel zwaar. We werken iedere dag van acht tot vijf in de brandende zon. Iedere dag is er al een groepslid onwel geworden van de verschroeiende hitte. Er zijn al vele ruggen en armen verbrand. Maar we denken allen maar aan hetzelfde: deze kliniek zo snel mogelijk functioneel maken. Ik weet nu al dat dit project me meer voldoening zal brengen dan alle huizen die ik de voorbije twee jaar heb geschilderd en heropgebouwd omdat je met een kliniek zoveel meer mensen een dienst bewijst. Voor velen is het echt levensnoodzakelijk. De pijn die ik ervoer van de hitte, de blazen en wonden vielen helemaal in het niets bij de bezoeken die ik bracht bij de Palestijnen thuis. De slachtoffers van de bombardementen leven nu in containers van vijf bij drie meter. De familie die zo vriendelijk was me te ontvangen leven met z'n zevenen in zulk hondenhok.
Er is geen koelkast, diepvriezer of ventilatie. Ik kwam te weten dat de temperatuur overdag in die container kan oplopen tot vijftig graden celcius. "Als ik slaap ben ik net een kip die aan het braden is en sta iedere ochtend op met nieuwe brandwonden" aldus Rasmeyeh, de moeder des container. Voor de oorlog vorig jaar woonden de Palestijnen in vrede met de Libanezen. Ze werkten in de dezelfde fabrieken, trouwden met elkaar en waren goede vrienden. Nadat Fatah al Islam zich in de kampen tegen de wil van de Palestijnen verschansten, hebben de Libanezen hen de schuld gegeven van de oorlog en alle banden verbroken. Er is dus buiten de kampen geen werkgelegenheid of ziektevoorziening. Het gemiddelde loon dat een Palestijn ontvangt schommelt rond de twintig dollar per week. Als je weet dat het gemiddelde gezin uit zes hoofden bestaat, is het niet te vatten hoe ze nog rondkomen. Bij het horen van zulke dingen overheerst een gevoel van onmacht, en de gedachte of wat we doen geen druppel op een hete plaat is. Maar alle beetjes helpen. Toch? Het
leven zoals het is Problemen met de intalsite en de schandalig trage verbinding hier heeft het me zeer moeilijk gemaakt nog te kunnen posten. Het voornaamste werk is de laatste dagen afgerond. Het kliniekje ziet er puntgaaf uit. Alle beton is gegoten, de ommuring is gemetst en het raamwerk van het dak is ook al af. Het leven in het kamp kabbelt ondertussen rustig voort. We werden even opgeschrikt door de bombardementen in Tripoli. We hoorden drie dagen geleden de doffe knallen van de raketten. De Libanese regering was in conflict met de oppositie. Hier in het kamp leek iedereen er zeer gerust in. Iedereen ging gewoon door met zijn dagdagelijkse activiteiten alsof er niets te vrezen is. Eigenlijk is dat normaal, want hier is niets meer te bombarderen. We konden met de bombardementen als achtergrondmuziek rustig verder werken. Een vreemd gevoel gaf dat zeg.
Betoging
in het kamp
Dit terwijl
iedereen weet dat de huizen door soldaten zijn geplunderd en dikwijls
nog eens door hen in brand gestoken. Het kerkhof, dat ook binnen het
oude kampdeel ligt is voor niemand toegankelijk. Dat is heel erg voor
de Palestijnen want vele doden zijn overhaast begraven.
De bewoners verwijten de UNRWA dat die niet genoeg doet om de situatie van diegenen die terugkeerden leefbaar te maken. De meeste families moeten rondkomen met enkele honderden dollar per maand. Velen betalen huur voor een garage of een huis dat overeind bleef in het nieuwe kampdeel en klagen over de trage uitbetaling van de huursubsidies. En vooral, de mensen willen nu eindelijk weten wanneer men gaat beginnen met de heropbouw van het oude kamp. Onmiddellijk na de beschieting heeft de regering dat beloofd. We zijn nu bijna een jaar verder maar van die belofte kwam er totnogtoe niks in huis. Dat onderscheid tussen oude en nieuwe kamp is belangrijk om te begrijpen wat we hier aan het doen zijn. Het oude kamp bevindt zich op de vierkante kilometer grond die door de UNRWA is gehuurd. Op die kleine oppervlakte leefde het grootste deel van de 35.000 bewoners van het kamp. Maar uiteindelijk zaten ze zodanig opeengepakt in een wirwar van steegjes en straatjes dat het kamp uit zijn voegen is gebarsten. Meer en meer Palestijnen zijn grond beginnen kopen rondom het kamp en zo is het ‘nieuwe kamp’ ontstaan, als een uitwas van het oude kamp. Toen de groep Fatah al Islam zich verschanste in het oude kamp heeft de regering beslist om dat deel compleet aan flarden te laten schieten. Dit was een bewuste keuze. Voor hen was het de enige manier om een goed bewapende groep uit te schakelen die guerilla voert vanuit een ondoordringbaar netwerk van steegjes. Gedurende vijf maanden werd die kleine stad letterlijk in puin geschoten en ook het nieuwe kamp is zwaar getroffen. De Palestijnen zijn ervan overtuigd dat niet Fatah al Islam de schietschijf was, maar het kamp zelf. Zij zien het als de zoveelste poging om de Palestijnse gemeenschap uiteen te jagen en te versnipperen. De Palestijnen zeggen ons dat het de bedoeling van de regering is, om zoveel mogelijk vluchtelingen te ontmoedigen om terug te keren. Ze wil de toestand in Nahr el Bared zo onzeker mogelijk houden opdat de bewoners van het kamp andere vestigingsplaatsen zouden zoeken. Zij wil die Palestijnse gemeenschap uiteenrukken en verspreiden.
Wij willen, samen met onze Palestijnse vrienden dat het oude kamp heropgebouwd wordt en daarom moeten zoveel mogelijk vluchtelingen een leefbare situatie krijgen in het nieuwe kamp. Dat maakt het mogelijk dat de oude gemeenschap van Nahr el Bared zich in het nieuwe kamp verzamelt en druk zet voor de terugkeer naar het oude, het echte kamp. Tijdens ons verblijf proberen we een bijdrage te leveren om de situatie van diegenen die terugkeerden te verbeteren. Wij verblijven in het jeugdcentrum dat van het oude naar het nieuwe kamp is verhuisd. Sinds vier dagen werken we hard om de nieuwe verblijfplaats van het Al Shifaa hospitaaltje gebruiksklaar te maken. Terrein effenen rond de 8 containers, muurtjes metselen, beton gieten. Vanaf 1 augustus moet hier het noodziekenhuis operationeel zijn. Dit zal een enorme verbetering zijn tegenover de actuele toestand waarin dokter Tawfik zich moet behelpen in een gehuurde garage. Gisteren woensdag en vandaag donderdag hebben we alle huisgevels van een kleine straat afwisselend in lichtgroen of okergeel geschilderd. Een hele verademing voor de buurt. Er wordt druk gesproken in het kamp over die ijverige Belgen die zelfs in stekende zon blijven werken.
We zijn fier dat we konden meebetogen met de volgende eisen:
Evy's
bloggggg
Voor
mij was het moeilijk te vatten dat de Palestijnen met de glimlach
bleven verder werken. Ik begreep er niets van. Wordt het echt een
gewoonte dat je opgebeld wordt en te horen krijgt dat de broer van
je beste vriend doodgeschoten is? Het overkwam Khalil, coach van het
jeugdcentrum terwijl we daar waren. Mijn lichaamstaal maakte mijn
vraag maar al te begrijpbaar voor een Palestijn die geen woord nederlands
kon. Ik kreeg dit als antwoord; “Kwaadheid, treuren en bij de
pakken blijven zitten zal ons niet helpen. We moeten zelf het heft
in handen nemen en energie putten uit de dingen die we momenteel hebben
en kunnen beter maken.”
Palestijnen hebben geen rechten, ze zijn niets, alles is hun ontnomen. Waarom? Het zijn zoals honden die worden opgesloten in een hondenhok. Verdient een hond zelfs zo’n bestaan? Geen enkele foto kan weergeven hoe stil het je maakt dit voor ogen te zien. Ik ben Maha en ik ben 2 weken terug thuisgekomen na 16 boeiende dagen in Nahr el Bared kamp in Libanon. We hebben daar samengeleefd, samengegeten, samengewerkt met de Palestijnse vluchtelingen. ’t Is niet de eerste keer dat ik op reis ga naar een Palestijns vluchtelingenkamp, maar dit kamp had meteen mijn hart gestolen. Hoe kan het ook anders? Die mensen hebben zoveel meegemaakt en toch blijven ze zo open en zo positief. We hebben hard gewerkt samen. Stenen scheppen is en blijft zwaar werk voor een Belgisch 20-jarig meisje en met metsen had ik al helemaal geen ervaring. Maar ik had nooit verwacht dat het zo leuk kon zijn. We hebben enorm veel gelachen en enorm veel bijgeleerd op vlak van “bouwkunde” en op vlak van samenleven, cultuur en andere door de vele gesprekken tussendoor. De onrechtvaardigheid waarin die mensen leven daar is echt onbegrijpelijk. Gezinnen van 9 personen die wonen in een container van 4m op 2m omdat hun hele appartementsblok door het Libanese leger gebombardeerd werd. Kinderen zonder toekomst. Waar gaat de wereld toch naartoe? Het klinkt allemaal zo cliché maar het verandert verdorie veel als je het met je eigen ogen ziet. Aangezien het niet voor iedereen mogelijk is om daar eens een kijkje te gaan nemen willen wij met onze groep onze ervaringen zo duidelijk mogelijk overbrengen aan onze landgenoten hier. Eens de mensen ons begrijpen, echt begrijpen waarom de situatie daar zo oneerlijk is, gaan ze onze vrienden daar zeker willen steunen. Of dat hopen we toch…
Zowiezo zal ik nooit het unieke gevoel vergeten dat Nahr el Bared en vooral de mensen daar me gegeven hebben. Sommigen onder hen spreken zelfs geen woord Engels en ik spreek ook geen Arabisch (dat komt nog!), maar toch werden er onbewust fantastische manieren gevonden om te communiceren. Zo wil ik zeker nog even ode brengen aan Khalil Bahlool de coach van het jeugdcentrum (spreekt geen gezegend woord Engels). De groep plaagde ons omwille van onze 4-woordenrelatie omdat we niet meer dan dat tegen elkaar konden zeggen. Toch hebben we uren en uren samengewerkt en samen doorgebracht. Af en toe konden we praten via een “vertaler” maar het grootste deel van de tijd hielpen we onszelf uit de nood op de gekste manieren. Ik heb grote bewondering voor Khalil en ik draag hem een zeer warm hart toe. Maar in het algemeen, ik had na 2 weken kamp het gevoel dat ik er een hoop échte vrienden bijhad en zelfs een beetje een nieuwe thuis. 7 augustus 2008 Wahiba
(franstalig) aan het woord in het Nederlands! We hadden een ongelooflijke reis in het Midden Oosten, in een Palestijns vluchtelingenkamp met naam Nahr el Bared in Libanon. Ik kwam aan en kreeg een speciale verwelkoming: ik had het voorrecht van de metalendetector aan het checkpoint van het kamp en ook het fouilleren van mijn koffers door de erg onvriendelijke Libanese soldaten. Maar van de Palestijnen kreeg ik een hartelijk welkom. Daarna een wandeling in het kamp, alles maar dan ook alles is plat gebombardeerd! Ik dacht in mijn eigen dat kan toch niet, dat is gewoon onmenselijk wat er hier is gebeurd. Nochtans vooraleer ik in Libanon kwam had ik foto’s gezien, maar in werkelijkheid is het gewoon onvoorstelbaar afschuwelijk. Zoiets heb ik nooit van mijn leven gezien! Mensen leven in deze ruïnes met soms maar twee muren die nog rechtopstaan. Anderen wonen in garageboxen of in metalen containers waar het in de zomer heel warm kan zijn. Ik bezocht sommige families in deze containers: ze leven er soms met zes zeven in deze kleine ruimte van maar 4 m² dus heel klein. Maar het ongelooflijke bij deze bevolking is dat zij altijd een glimlach hebben, dat is hun sterkte. We zijn begonnen met de kliniek Al Shifaa op te bouwen, het was echt moeilijk werk en heel zwaar vooral door de hitte. Eerst moesten we de grond gelijk maken om daarna beton te kunnen gieten. Al het werk werd gedaan op een ouderwetse manier namelijk met schop en hark. We werkten elke dag samen met de Palestijnse jongeren en we waren een echt Super Team! Daarna hebben we nog een straat geverfd en het moeilijkste daarbij was om de kleuren te kiezen. Na een lange nacht van heen en weer discuteren hebben we geel en groen gekozen. De inwoners waren heel blij om hun straat in kleur te zien, want de grijze en zwarte muren deden nog altijd denken aan de verwoestingen en brandstichtingen van de oorlog tussen Fatah al Islam en het Libanese leger. Maar de nieuwe kleuren geven een nieuw begin aan deze straat en zijn bewoners. Ze zijn ook een uitnodiging voor andere bewoners van Nahr el Bared om naar het kamp terug te keren. Ze zijn een teken van hoop voor de heropbouw en terugkeer naar het kamp. We hebben in het begin van de straat nog drie muurschilderingen gedaan.
De eerste is een mier, symbool van onze moslimscoutsgroep in Brussel samen met Hanzala symbool van de palestijnse vluchteling hand in hand in een natuurlandschap gemaakt door Ali een echt kunstenaar. De tweede is een kaart van Palestina met Hanzala met als slogan "RECONSTRUCTION OF THE OLD CAMP NOW” “RIGHT TO RETURN”. En onze laatste prent is het silhouet van mijn lichaam met aan mijn hand de palestijnse vlag voor “BELGIUM PALESTINE UNITED”.
Mijn eerste
bezoek aan de families zal ik nooit vergeten. De moeder van het gezin
vertelde hoe haar huis vroeger was en dat ze helemaal niks heeft kunnen
meenemen, geen bezittingen, geen enkele foto, niks. Nu leeft ze in
een container met haar 9 kinderen. En op het einde zei ze me: “Maar
weet je het belangrijkste voor mij is dat mijn man en mijn kinderen
nog bij me zijn”. Deze vrouw was vol moed, sterkte… In
Nahr el Bared heb ik me echt nieuwe vrienden gemaakt, in een korte
tijd zijn we als echte broers en zussen geworden, ik mis hen echt
heel erg! Ook de Belgische groep was fantastisch, we hebben echt goed
samengewerkt!!! Het was echt moeilijk om terug naar Brussel te komen,
het zijn twee zo verschillende werelden. Vandaag willen we Nahr el
Bared en de andere kampen nog altijd blijven helpen, we zijn begonnen
met onze plannen voor 2008 – 2009. Als we terugkwamen zijn we
op het idee gekomen om sponsors te vinden die elke maand tien euro
willen storten voor de kliniek Al Shifaa en voor het jeugdcentrum.
Dus nu ben ik heel erg op zoek naar sponsors. De kliniek is belangrijk
en levensnoodzakelijk voor de teruggekeerde bevolking van Nahr el
Bared en het jeugdcentrum is eveneens belangrijk en zeer waardevol
want zoals mijn vriend Milad, die het jeugdcentrum begeleidt zegt
“de jeugd is de toekomst van morgen”. Daarom gaan we nog
veel andere acties voeren, deze bevolking heeft nood aan een beter
leven!!! Blog van Karen die er vorig jaar in Ein el Helweh ook al bij was Ik had
me voorgenomen dat dit derde jaar op rij gaan werken in de kampen
voorlopig het laatste zou zijn. Drie jaar na elkaar, dat is toch mooi?
Ik vond dat ik eens een luilekkervakantie nodig had, in de plaats
van altijd dat zweten en werken in juli. Maar enkele dagen na mijn
terugkeer veranderde ik al van mening. Dit kan ik toch niet doen?
Die mensen hebben onze steun toch nodig? Toch meer dan dat ik een
zon-zee-strandvakantie nodig heb? Het hele kamp ligt nog in puin.
De mensen leven nog steeds in armoede. De Palestijnen hebben nog steeds
geen eigen land. Neen, mijn werk in Libanon zit er nog niet op. Ik
hoop dat ik het ooit zal meemaken dat projecten als de onze niet meer
nodig zijn. De Al Shifaa kliniek is helemaal af maar heeft nu werkingsgeld
nodig om te kunnen blijven draaien. Het is een noodhospitaaltje dat
met moeite kan overleven maar het is er, en probeert de meer dan tienduizend
vluchtelingen die naar hun kamp terugkeerden te helpen, zo goed en
zo kwaad als het gaat. Om de permanente werking te verzekeren, daar
gaan we proberen voor te zorgen door sponsors te zoeken dus al wie
tien euro in de maand over heeft is welkom. Goed zo. Op naar de volgende
klinieken, jeugdcentra, woonblokken, straten, riolering. Oh Sysifus,
zoveel werk nog voor de boeg. Maar het voelde nooit als werk aan,
maar als een vriendendienst, een plicht zelfs uit solidariteit. De
samenwerking tussen de Palestijnen en de Belgen was uitermate goed.
Het begin was voor velen (ook voor mij) learning by doing. Metselen,
beton maken, muren slopen, dat had ik de twee vorige jaren niet gedaan.
Verven, daar ben ik goed in. Dit jaar was het niet echt nodig. De
verfborstel maakte plaats voor een schop en een schoffel. De binnenmuren
in de koele huiskamers werden ingeruild voor de brandende zon.
Eigenlijk
is het ironisch dat zo’n gastvrij volk niet eens welkom is
in hun eigen land dat sinds 60 jaar de zogezegde staat Israël
is. Ze mogen tot aan de grens komen, maar niet erover. Ze mogen
hun huizen waarvan ze de sleutel nog bezitten zien van achter prikkeldraad,
maar ze mogen er niet in. Ze leven in vluchtelingenkampen, want
hoe goed ze zich daar ook geïnstalleerd hebben, het blijven
VLUCHTELINGENkampen. Die dan nog nu en dan eens flink gebombardeerd
worden. Er is vrijwel geen enkele overheid of Europese instantie
die zich hun lot actief aantrekt. De situatie is door de jaren heen
zo ingewikkeld geworden dat je door het bos de bomen niet meer kan
zien. Het enige dat de Palestijnen nog hebben is hun hoop.
De wetenschap dat ze recht
hebben op terugkeer. Die hoop leeft in het hart van iedere Palestijn:
one hope, one dream. Ieder jaar als ik terugkeer kan ik steeds minder
begrijpen hoe hardvochtig het is om miljoenen medemensen generatie
na generatie in de vergeetput te duwen en zomaar aan hun lot over
te laten. Wij hebben voor hen een kliniekje helpen opstarten. Je
zou je afvragen of we niet tegen de bierkaai aan het vechten zijn,
tegen iets dat groter en machtiger is dan wij. De situatie in Palestina
en in de kampen buiten Palestina is het droeve bewijs van iets wat
we echt moeten beginnen beseffen: er is niets zo machtig als het
menselijk verstand, tenzij het menselijk onverstand. Blog van Zaki Une expérience inoubliable! Du 2 au 18 juillet 2008, au nom de l’unité du scoutisme musulman "les Fourmis", j’ai eu le privilège de partir au Liban avec le groupe Droit au Retour. Nous y avons été confrontés avec la triste réalité du camp de réfugiés Palestiniens de Nahr el Bared. En 2006, tout ce camp fut détruit par les affrontements entre l’armée libanaise et un groupuscule "islamique". Avec l’aide de 7 autres jeunes Belges et Wahiba Yachou, une autre ambassadrice des Fourmis, nous avons aidé à la reconstruction de l’unique clinique dans ce camp dévasté. Avant notre visite, cette infrastructure médicale existait déjà mais dans un endroit qui n’était pas adapté aux besoins des diverses activités. Dans un garage loué, la consultation médicale accueillait quotidiennement jusqu'à 80 personnes car les conditions de vie dans le camp de Nahr el Bared sont éprouvantes et l’hygiène laisse franchement à désirer. C’est vous dire l’importance de la clinique! Sous
un soleil de 30° à 40° nous avons travaillé
pendant une semaine entière, de 8h à 17h.
Lors de nos discussions entre jeunes Palestiniens et Belges, nous avons pu constater avec regret que la condition de ce peuple, depuis longtemps opprimé, n’est pas prête de changer. Les habitations sont toutes détruites, les gens vivent dans des conteneurs préfabriqués, dans des garages ou mêmes dans des ruines instables. La majorité des habitants du camp ont peu ou pas de revenu. La scolarité des enfants est parfois inexistante ou très pénible à atteindre. L’UNRWA
fait son possible pour inciter les réfugiés qui ont
fui le camp durant les affrontements à revenir vivre au sein
de ce qui étaient leurs lieux de vie. Cette agence des Nations
Unies, qui se consacre exclusivement aux réfugiés
Palestiniens, y contribue soit en prenant en charge le loyer de
certains habitants, soit en proposant des logements dans ces fameuses
maisons préfabriquées. Actuellement, il y a plus de
2000 personnes qui y vivent collés les unes aux autres, sans
intimité ni espace de vie.
Chaque soir, nous avons eu l’opportunité de visiter certaines familles vivant dans ces "prefabricated houses". Après 5 min, j’avais l’impression d’étouffer! Il y fait une chaleur atroce et nous avons rencontré beaucoup d’enfants malades. Les habitants de ces maisons de métal y vivent écrasés comme des sardines dans une conserve. Pour moi, on ne peut pas parler de vie, uniquement de survie! Me voici
de retour en Belgique, et de ce voyage, je garde des sentiments
mitigés! J’ai vu un camp de réfugiés
dévasté par la folie humaine toujours prête
à se faire justice comme bon lui semble sans aucune impunité.
J’ai vu un camp qui offre comme paysage un tas de ruines arrosées
par les obus et les douilles de l’armée libanaise.
J’ai été témoin d’une situation
de vie déplorable qui, hélas, n’est pas prête
de changer dans les années à venir. Je termine
en remerciant mes amis An et Jo, je tiens à les féliciter
pour leur combat et les efforts qu’ils fournissent pour la
cause Palestinienne. Mais le combat n’est pas fini…
|
|
||||||||||||||||||||||||||||||||