|
|
“Wat
gaat mijn zoon of dochter vandaag in Libanon zoeken?”
Zaterdag 30
juni. De eerste schok krijg je wanneer je om 3 uur 's nachts de luchthaven
van Beiroet uitkomt. Het is nog drukkend warm. Het bestelde busje om ons
naar het Ein el Helweh kamp nabij Saïda te brengen daagt niet op
en opeengepakt in twee taxi's krijgen we een voorproefje van de rijgewoontes
in Libanon. Het is een wilde rit want de twee chauffeurs maken er een
race van. Je wordt ook meteen in de realiteit van Libanon gedompeld want
regelmatig moet je stoppen voor een wegcontrole door soldaten en bij het
binnenrijden van het kamp maakt de groep kennis met een check-point. Passen
tonen, nummer van toelating tot het kamp controleren, een paar bagages
openen. De eerste zit vol Lego-blokken, de tweede vol knuffeldieren. Wat
komen die Belgen hier uitspoken? Eigenlijk kwamen we hier voor kinderanimatie,
maar we weten al dat het niet zo zal uitpakken. Door de gespannen situatie
in Libanon en de herinnering aan de oorlog van vorig jaar zijn er geen
kinderen in het opvangcentrum. We zullen een week handenarbeid doen. Het
is al klaar dag wanneer we ons te slapen leggen in de grote zaal van het
centrum onder het ronkende lawaai van de ventilatoren.
De eerste dag is gehalveerd en dient vooral voor kennismaken met de Palestijnse
ploeg. Christine van Human Call zal ons vaste aanspreekpunt zijn tijdens
ons verblijf. Zij is eigenlijk Cubaanse en leerde haar Palestijnse man
Adel kennen toen die op bezoek was in Cuba. Nu woont ze sinds 7 (?) jaar
in het kamp en ze wil er niet meer weg. Ze houdt van de ontzettende gastvrijheid
en openheid van de Palestijnen en vooral, ze voelt er zich nuttig temidden
van zoveel ellende. Adel is leraar in de technische school van Saïda
waar veel Palestijnen terechtkomen. In een eerste gespreksronde leren
we de hele ploeg van de plaatselijke PYO (Palestinian Youth Organisation)
kennen: Ismat, Ziad, Jamal, Shahinaz, Abed, Ali, Khaled, Akram, Dafer,
Mirvat, Lina, Mariam, Mukarram, Addla. En Abu Ali niet te vergeten, de
nationale verantwoordelijke van PYO die sinds twee jaar onze eigenlijke
contactpersoon en toeverlaat is in nood (zoals vorig jaar toen we halsoverkop
uit Libanon moesten vluchten). Abu Ali is eigenlijk al de jeugdorganisatie
ontgroeid en rijdt met zijn onafscheidelijke Zouba (een knalgroen opelletje
dat eigenlijk de eeuwige rust verdient) het land af. Hij zal binnenkort
de fakkel van PYO overdragen en zich toeleggen op de werking met de NGO's,
die in de Palestijnse kampen over veel meer geld beschikken dan PFLP en
PYO. Het centrum waar we nu verblijven is veel armer, primitiever en minder
uitgerust dan het centrum van Beit Atfal Assomoud in het Rashedieh kamp
waar de groep vorig jaar verbleef. En dat is nu precies waar we ons hier
nuttig kunnen maken. Tijdens de planningssessie wordt afgesproken dat
we het PYO-centrum dat er onverzorgd en verloederd bijstaat zullen opknappen.
De Palestijnen hebben wel werkkracht maar geen geld om hier een mouw aan
te passen en daar kan de 2000 euro die we voor de reis bijeenbrachten
door taartenverkoop en sponsoring een oplossing brengen. De eerste avond
brengen we in groepjes van drie een bezoek aan enkele families. Het is
een harde confrontatie met het leven in het kamp. Armoede, werkloosheid,
piepkleine en donkere woningen waar vier tot zes kinderen met hun ouders
in één kleine ruimte slapen. Heider, Francesco en Karen
zijn zo geschrokken dat ze absoluut aan de slag willen in de woning van
Abu Ibrahim. Dat wordt mee in de planning ingeschreven. De onthaalploeg
doet zijn uiterste best om alle verwachtingen en wensen een plaats te
geven. Ook voor hen is het wennen, want dit is de eerste keer dat ze een
groep ontvangen en huisvesten (de slaapmousjes werden nog snel aangekocht).
Ze zullen proberen een strak schema op te leggen: opstaan om 7u30 (daar
begint het al!), ontbijt tussen 8 en 9, werken tussen 9 en 14, lunch en
rust tussen 14 en 17, activiteiten tussen 17 en 22 uur. Daarbij is een
beoordeling van de dag inbegrepen. Niet inbegrepen zijn de nachtelijke
gesprekken en die zullen nogal sterk uitlopen. Behalve de eerste dag want
iedereen is kapot.
Zondag 1 juli.
Als ontbijt hebben onze gastheren geprepareerde Arabische broodschijven
met ...voorzien. Het is geen groot meevaller in de groep en in het vervolg
zullen we zelf op zoek gaan in het kamp naar wat wat meer vertrouwde ingrediënten:
confituur, smeerkaas en corned beef met een stuk meloen. Het keukentje
is primitief en vuil, de slaapzaal moet ontruimd om als refter en vergaderplaats
dienst te doen, er zijn twee Franse toiletten waarvan er één
als douche wordt omgetoverd. Niet echt de grote luxe... Maar iedereen
houdt zich kranig.
Als opwarmertje staat er een eerste werkbeurt op het programma: kerkhof
kuisen! Kerkhof kuisen??! Voor de Palestijnen is dit een bijna sacrale
opdracht. Op het kerkhof aan de rand van het kamp liggen de Palestijnse
martelaren. Sommigen sneuvelden tijdens de burgeroorlog of de kampenoorlog,
maar iedereen die als vluchteling sterft is een beetje martelaar. De Palestijnen
houden hen in ere en blijven hen betrekken bij het leven in het kamp.
De PYO wil óns betrekken in een eervolle burgerplicht, het onderhoud
van deze symbolisch belangrijke plaats. Er wordt een gezamenlijke krans
neergelegd aan het monument ter ere van de martelaren. Daarna zetten Palestijnse
en Belgische jongeren zich samen aan het spuiten en schrobben van een
honderdtal grafstenen, aan het wieden van het onkruid en aan het opkuisen
van zwerfvuil. An doet ook mee (ze haat het om in de hof te werken!),
Jan zweet emmers vol, alleen Jo heeft een goed excuus want hij mag het
allemaal filmen. Een kleine ploeg met Sarah en Karen gaat een stuk muur
witschilderen naast de ingang van het kerkhof: daarop moet een tekening
komen. Onder de brandende zon is het witte vlak direct droog. Er komt
een prachtige tekening op die door verenigde krachten van Palestijnen
en Belgen in kleur wordt gezet. Centraal de kaart van Palestina met Hanzallah,
de mascotte van de Palestijnen. Op de achtergond de vlag van Palestina
waarvan het zwart overloopt in het zwart van de Belgische vlag. En onderaan
olijftakken. Dit alles ondertekend door het symbool van PFLP. Het hoofd
van de Palestijnse veiligheid van het kamp komt langsrijden met zijn drie
gewapende bodyguards. Hij vind het prima werk. Binnenkort zullen andere
organisaties ook wel een stuk muur inpalmen zeggen onze Palestijnse vrienden,
maar wij hebben de ereplaats. Getekend 'Solidarity Belgium Palestine'.
Met een opgeruimd kerkhof als toemaatje.
De planning voorzag om 11 uur het maken en ronddragen van steunpaketten
aan arme families. Maar de werkzaamheden op het kerkhof zijn aardig uitgelopen
en dat vindt Christine niet leuk. Er worden 50 paketten gemaakt die de
komende dagen worden verdeeld. In elk pakket steken kuisproducten en toiletartikelen.
Belangrijker dan eten inderdaad want de hygiëne is hier een groot
probleem, meestal door de ontzettende armoede. In elk pakket komt een
knuffeldier bovenop als symbool van onze warme solidariteit. Elke groep
trekt naar vier gezinnen, wat de gelegenheid geeft om ook meer te weten
te komen over de leefomstandigheden hier. Het zijn bezoeken die beklijven.
In de namiddag worden de werkzaamheden van s'anderendaags voorbereid,
vooral dan het kiezen van de verfkleuren voor het PYO-clubhuis. Het is
een echte cultuurschok. Jutta en Evy hebben de kleurtjes al gekozen: de
grote zaal in geel, met oranje bovenband en rood streepje ertussen; de
fitness-ruimte in violet en de biljartzaal in lichtgroen en violet. Maar
dat is niet helemaal naar de zin van de Palestijnse jongeren. Dat is tegen
alle geplogenheden in. Er wordt hevig gediscuteerd. In de winkels in het
kamp zijn maar twee kleuren te vinden: beige en licht grijs. Een kamer
met muren in verschillende kleuren kennen ze niet. Geel met oranje bovenstuk
kunnen ze zich niet voorstellen. En violet betekent niks. Wat betekent
er dan wel iets vragen wij. Roze! Zij willen kost wat kost het fitness-zaaltje
in het roze! Dat is de enige toegeving die we zullen doen: violet wordt
vervangen door roze.
Op het avondprogramma staat een grondiger kennismaking: waarom zijn de
Belgische jongeren naar hier gekomen, wat verwachten ze? En hoe is de
toestand in de Palestijnse kampen, hoe leven de mensen hier. Wat doen
PFLP en PYO?
Het officiële gesprek wordt s'nachts tot drie uur doorgetrokken in
een veel diepere informele kennismaking op de binnenkoer. Tot ergernis
van sommigen die binnen proberen te slapen...
(Dat laatste stuk klopt niet qua timing-na te kijken in de dagboeken!)
Maandag 2 juli.
Eerste grote werkdag. Met man en macht wordt het PYO-jeugdhuis onder handen
genomen. Alle fitness-toestellen vliegen de deur uit, op de binnenkoer.
De vuile tapijten die er liggen komen hier nooit meer terug. In de drie
grote lokalen gaat een ploeg aan de slag voor het afschuren en plamuren
terwijl meer ervaren werkkrachten het plafond hercimenteren waar stukken
naar beneden komen. Daarover komt een eerste witte grondlaag. Meer zal
er vandaag niet gebeuren, want het is een tijdrovend werk. Bovendien is
de coördinatie soms wat zoek of komen er tegengestelde richtlijnen.
Bij elk meningsverschil over de aanpak komt er een stevige discussie onder
de Palestijnen, waarbij iedereen zijn woordje doet. En toch gaat het vooruit...
alleen zie je nog niet veel resultaat want het is allemaal voorbereidend
werk.
Dinsdag 3 juli. Eindelijk kan het verven beginnen. Met enthoesiasme wordt
er ingevlogen want vanaf nu wordt het zienderogen beter en leuker. In
alle hoeken is er iemand aan het werk. Na een volle werkdag schrijft An
volgende mail naar het thuisfront: “Jutta heeft leren plamuren als
de beste en leert denk ik veel Arabisch bij. Natuurlijk zijn vooral de
jongens er als de kippen bij om haar les te geven. Het is heeeel belangrijk
dat ze streektaal leert, dat merkt ze nu zelf ook wel. Karen verbaast
vriend en vijand omdat ze met evenveel zwier een hamer als een verfborstel
in haar pollen neemt, Francesco is de komiek van de bende maar echt een
supergoei ziel en daar Heider bij met zijn speciale humor geeft echt wel
een komisch koppel. Vooral Evy moet het ontgelden maar dat was ze al gewend
van vorig jaar natuurlijk... maar ze laat zich niet doen. Sarah is gewoon
super en ook grappig en direct goed opgenomen in de groep al kenden we
haar eigenlijk niet en Jürgen is druk in de weer met van alles en
nog wat zoals we hem kennen.
Hun werk is echt fantastisch: het is alsof de revolutie doorheen dat jeugdcentrum
is geraasd: het leek een gevang toen ze eraan begonnen, het was een enorm
werk maar ze doen het prachtig: ik had twee dagen geleden zelfs niet durven
dromen dat het er vandaag zo uit zou zien. Ze werken van de eerste tot
de laatste keihard en het resultaat mag gezien worden: de plaats werd
omgetoverd tot een kleurig centrum waar kinderen kunnen opgevangen worden
en spelen, iets wat in zo'n druk grauw grijs kamp gewoon super is. Ik
sta echt versteld van deze groep, ik had het zo niet durven hopen. Ook
de sfeer is goed onder hen zelf en met de Palestijnen, met als enige nadeel
dat ze niet in hun bed geraken maar ik kan ze moeilijk in slaap wiegen,
dus...”
Deze avond
gaan we families bezoeken die uit Nahr el Bared kamp gevlucht zijn en
hier toegekomem, op die manier horen ze het verhaal uit het nieuws eens
van de mensen zelf. Er worden aan die mensen hulppaketten uitgedeeld die
wij ook voor een deel mee gesponsord hebben.
Daarna gaan we Palestijnse dabka dansen.
Woensdag 4
juli.
Afwerken van de muren en ramen schilderen. Ondertussen ook twee bijkomende
ruimtes aangepakt. We hebben dan een man meer want Ben komt vannacht aan.
Uiteindelijk zal dit werk aan de gemeenschap hier en aan de kinderen meer
geven dan de oorspronkelijk geplande kinderanimatie die niet doorgaat
omwille van de situatie in Libanon, de mensen houden hun kindjes liever
thuis. Zelf hebben ze geen geld om zo n herstelwerken te betalen, dus
moet het gezegd worden: vooral aan de mama van Francesco hebben we te
danken dat we hier zo n grote kost aankunnen want het zijn serieuse werken....
Donderdag 5
juli
hebben we afwerk en uitrust en afscheidsdag van Ein el Helweh met een
pick nick. Afscheidsfeestje
Vrijdag 6 juli
Kaouk.
doen we een aatal bezoeken oa een ziekenhuisje in het zuiden waar slachoffers
van clusterbommem worden verzorgd ( we gaan niet naar de Belgische soldaten
omdat ik dat niet honderd percent zie zitten na de aanslag op Unifil en
we hebben ook echt geen tijd daarvoor).
Daarna gaan we naar Rashedieh kamp onze vrienden van vorig jaar bezoeken
( Jurgen gaat een dag eerder, ik kan hem niet tegenhouden maar er is ook
geen gevaar, hij is daar in hele goeie handen)
Vrijdagavond gaan we naar Beyrouth want het volgende deel van de reis
zullen ze daar met kinderen werken en gezinnen uit Nahr el Bared kamp,
allemaal in Shatila kamp. We slapen in Mar Eilias kamp, dat is een klein
kamp dicht bij de zee want door de instroom uit Nahr el Bared zit alles
in Shatilakamp stamp stamp vol.
Zaterdag 7
juli
Baddawi en verjaardag Francesco.
Zondag 8 juli
Shatilakamp: opkuisen en tekenen
Wandeling
Rondedans K3
Het Shatila
kamp in de buitenwijken van Beiroet is onze tweede grote bestemming (na
Ein el Helwehkamp). Een groep Belgische leraars heeft zich vorig jaar
geëngageerd om er een opvangcentrum voor kinderen en jongeren nieuw
leven in te blazen. Het centrum is een jaar geleden noodgedwongen stilgevallen
wanneer de enige sponsor, een bewogen Zwitserse man, is gestorven. De
groep leraars heeft ondertussen voldoende maandelijkse giften verzameld
(500 euro) om het centrum terug draaiende te houden. We zijn benieuwd.
Door het Shatila
kamp loopt één grote handelsstraat omringd door een wirwar
van straatjes, steegjes en gangetjes. Hier wonen 20.000 Palestijnse vluchtelingen
opeengepakt. Ergens verborgen in dat labyrinth ligt een kleine binnenkoer
en daar prijkt een bord 'Palestinian Youth Center'. Op het koertje lopen
een vijftiental kinderen, de levende getuigen dat er opnieuw activiteiten
zijn. We worden met open armen ontvangen door Taera, een jonge dynamische
vrouw die de hele last van het centrum op haar schouders draagt. Het is
haar niet aan te zien, want ze is super-kalm en vriendelijk. Ze organiseert
een korte kennismaking tussen onze groep en de kinderen. Het is even drummen
in het kleine lokaaltje dat eigenlijk het 'klaslokaal' blijkt te zijn.
Daar worden bijlessen georganiseerd volgens een draaisysteem. Er is te
weinig plaats om daar alle kinderen ineens op te vangen en dus is er een
beurtrol van telkens één uur. Taera vertelt met vuur over
haar grootste wens: dit kleine lokaaltje verbouwen en uitbreiden. Maar
daar is voorlopig geen geld voor. Naast dit 'klaslokaal' bestaat het centurm
nog uit een grotere zaal voor activiteiten en feesten. Ze werd vroeger
regelmatig verhuurd aan andere groepen maar nu wordt een groot deel van
de zaal in beslag genomen door hulppakketten en -materiaal voor de vluchtelingen
die uit het belegerde en vernielde Nahr el Bared komen en onderdak zochten
in Shatila. Er liggen stapels hygiënisch materiaal, medicamenten
en voedsel. Taera verliest er haar goed humeur niet bij, maar het is duidelijk
dat ze het moeilijk heeft. Gisteravond waren hier meer dan honderd kinderen.
Er is geen enkele selectie, de kinderen stromen gewoon toe, want er is
hier zo weinig te doen voor hen. Met de vijfhonderd euro per maand die
ze nu krijgen kunnen ze niet al die kinderen omkaderen. Er is een jonge
werkloze animator aangeworven die met veel enthoesiasme zijn werk doet,
maar ook het gevoel heeft van op te boksen tegen een overmacht.
Toch proberen ze een aantal waarden bij te brengen aan die kinderen. Netheid
bijvoorbeeld. De eerste 'activiteit' die we zullen opzetten is een gezamenlijke
opruimbeurt van het koertje. De kinderen vormen koppel met een Belgische
jongere van onze groep en onder een al bijtende zon wordt het koertje
langzaamaan papier- en vuilnisvrij gemaakt. Daarna volgt er een tekensessie
aan twee grote tafels in de schaduw. De kinderen amuseren zich en krijgen
deskundige hulp en advies van onze ploeg, die eigenlijk liever een gezelschapsspel
zou opzetten. Maar het gebrek aan omkadering en materiaal maakt dat men
roeit met de riemen die men heeft. In dit geval de tekenpotloden die we
meegebracht hebben. Tegen de middag is het afgelopen. De kinderen vertrekken
naar huis, want in de namiddag is het te warm voor activiteiten. Straks,
rond vijf uur zullen ze terug komen.
Van de onderbreking maken we gebruik om een bezoek te brengen aan het
Shatila kamp. Dezelfde armoede als overal in de kampen, dezelfde gevaarlijke
chaos wat betreft elektriciteitsuitrusting en dezelfde nauwe steegjes.
Maar ook een UNRWA-school die vol zit met vluchtelingen uit Nahr el Bared.
En natuurlijk het herdenkingsmonument van de slachting die hier in 1982
door de falangisten onder het toeziend oog van Sharon en de zijnen werd
aangericht en waarbij 1500 doden vielen. De naam Shatila zal voor altijd
aan die slachting verbonden blijven.
Wanneer we in de late namiddag terug op het koertje komen zijn er een
vijftigtal kinderen. Nu kunnen onze jongeren eindelijk tonen dat ze ook
van kinderen animeren iets afweten. Daarvoor hebben ze een CD van ons
aller K3 meisjes meegenomen. De eerste uitdaging is een stoelendans. Als
de muziek stopt moet de meute kinderen zich een stoel weten te bemachtigen.
Maar ze denken er niet aan om daarmee te wachten tot de muziek stopt.
Het is een permanent gewriemel, geduw en getrek. Nooit zo'n chaotische
stoelendans gezien. Het is duidelijk dat hier een groot gebrek is aan
omkadering. Er wordt ook niet met een vaste ploeg kinderen gewerkt, iedereen
is welkom. En dan zijn er de eentonige en erbarmelijke levensomstandigheden
die een uitlaat zoeken. Dat alles maakt deze stoelendans tot een echte
belevenis die onze jongeren ook met vereende krachten niet onder controle
krijgen. De tweede keer gaat het wel beter, dat moet ook gezegd. Een rondedans
dan maar, eveneens op de tonen van onze K3-meisjes: “Van Afrika
tot in Amerika...”. Dat is niet echt waar de jongens zin in hebben.
Proberen dan maar met de meisjes alleen. En dat lukt. Evy en Sarah dansen
voor en na enkele aarzelingen wordt er zelfs redelijk ge-K3't. Dat is
dan meteen een mooie afsluiter voor een moeilijk begin.
We hebben niet veel tijd voorzien in Shatila en de tweede dag staat een
picnic op het programma met een twintigtal kinderen in de bergen. Libanon
is een vlakke strook langs de kust en zodra je naar het Oosten gaat zit
je in de bergen. Daar lopen bergriviertjes die hier en daar kleine meertjes
vormen. Voor de kinderen is het een dag waterpret. Ze zijn uitgelaten
blij want zo'n uitstap kunnen ze maar één of twee keer per
jaar meemaken. Onze groep betaalt de kosten van transport en lunchpakket
met geld dat we vooraf inzamelden. Daarnaast hebben we 3000 euro meegebracht,
de helft voor drie maand werkingskosten en de helft voor investering in
materiaal. Taera slaat direct aan het tellen en rekenen: is dit genoeg
om het klaslokaaltje te vergroten? We zullen het volgend jaar zeker gaan
bekijken.
Maandag 9 juli
Kanafani
Picnic
Dinsdag 10
juli
Beiroet
KPL
Woensdag 11
juli
Nr Damascus
Donderdag 12
juli
Damascus
Vrijdag vertrek
om 4 uur
|
|
Werkkamp
2008
|
| |
| Werkkamp
2007
|
| |
|
Werkkamp
2006 |
| 
|
|