![]() |
||||||||||||||||||||||||||
|
|
Acht jongeren gingen werken bij de Palestijnen in Libanon “Wat gaat mijn zoon of dochter vandaag in Libanon zoeken?” Die vraag stelden zich acht paar ouders toen hun dierbare kroost het plan opvatte om onze groepsreis naar het land van de ceder te vervoegen. Geen gewone vakantiereis dan nog, maar een werkreis. En bovendien in een Palestijns vluchtelingenkamp. An Muylaert Het had wat voeten in de aarde om iedereen gerust te stellen. Want vorig jaar was ik er ook met een groep van acht jongeren maar na tien dagen moesten we het land uitvluchten omwille van de Israëlische bombardementen. Het werd me toch ook even benauwd toen enkele weken voor ons vertrek de belegering en beschieting begon van Nahr el Bared kamp nabij Tripoli door het Libanese leger. De fundamentalistische groep Fatah al Islam had er zich verschanst en de regering had besloten de groep met geweld te vernietigen. Zou de onrust overslaan naar de andere kampen? Ein el Helweh kamp waar we naar toe zouden trekken ligt wel veel meer naar het Zuiden, op 50 km onder Beiroet, nabij Saïda, maar het heeft de reputatie het meest gevaarlijke kamp te zijn. Er leven 70.000 Palestijnen en nog eens 20.000 bewoners van andere nationaliteiten op drie vierkante kilometer. Maar Abu Ali, coordinator van PYO (Palestinian Youth Organisation) stelde ons gerust: geen probleem, alles onder controle. Voor PYO, de jongerenorganisatie van het Popular Front for the Liberation of Palestine (PFLP), was het de eerste keer dat ze een groep jonge buitenlanders zouden ontvangen om er een werkkamp mee te doen, maar ze hadden er het volste vertrouwen in. Wat gaan acht jongeren van 17 tot 23 jaar er in die omstandigheden zoeken? In de eerste plaats het contact met Palestijnse jongeren en meer inzicht in het Palestijnse vluchtelingenprobleem. Maar ook het avontuurlijke trekt aan. Het werkkamp van vorig jaar was een groot succes, maar werd onderbroken door de oorlog. Toch trokken drie van de acht van vorig jaar opnieuw mee (Jürgen, Evy en Heider) en vijf anderen wilden de kans niet laten liggen (Karen, Ben, Sarah, Francesco en Jutta). Hun bevindingen achteraf zijn unaniem: het werd een schitterende ervaring van samenwerking tussen Belgische en Palestijnse jongeren. Door de spanningen in het land werd de geplande kinderanimatie afgelast want er waren te weinig kinderen in het opvangcentrum. Maar in plaats daarvan werd er een week lang heel hard gewerkt. Als opwarmertje trok de groep naar het Palestijns kerkhof behorend tot kamp. Het gedeelte van de martelaren is een drukbezochte plaats die met veel eerbied en toewijding wordt in ere gehouden. Toch niet helemaal zo bleek, want we hadden met een groot deel van de groep een volle voormiddag nodig om het onkruid te wieden en de honderden zerken proper te schuren. Ondertussen werd door een tweede ploeg een prachtig muurschilderij gemaakt naast de ingang van het kerkhof. Het zwart van de Belgische vlag vloeide over in het zwart van de Palestijnse vlag, een mooi symbool van de band die vanaf de eerste dag al groeide in de groep. Een andere opdracht bestond in het dagelijks ronddragen van steunpakketten naar de armste families in het kamp. Voor ons vertrek zamelden we geld in door een taartenslag en door het zoeken van allerlei sponsoring, waaronder een klein bedrag van de stad Aalst. Met een deel van dat geld werden een 50 tal pakketten met poetsgerief en hygiëneproducten samengesteld die we samen met de Palestijnse jongeren aan de families bezorgden. Zo werd de groep meteen ondergedompeld in de meest schrijnende situaties: te kleine, primitieve huisjes waarin vaak acht of negen mensen wonen, ook een aantal oudere mensen die niets of niemand meer hebben. Uitkeringen zijn er natuurlijk niet dus leven ze louter en alleen van de hulp van buren en kennissen of hulporganisaties. De eerste week werd vooral in beslag genomen door het schilderen en opknappen van het jeugdcentrum van PYO, dat er volledig verwaarloosd en vuil bijlag. Het probleem van de Palestijnen is niet de werkkrachten,die zijn er genoeg, maar er is gewoon geen geld om materiaal te kopen. Daarom was onze financiële bijdrage er fantastisch welkom. Er werd plaaster en verf gekocht en een ploeg van enthoesiaste jongeren ging het centrum te lijf. Op vier dagen tijd werden de hall, de (zéér primitieve) fitness-ruimte, de grote activiteitenzaal, de biljartruimte, het secretariaat en het wachtkamertje helemaal schoongeschuurd en geverfd in groen, geel, oranje en roze. Het resultaat was prachtig en de ploeg jongeren was hierdoor een echte vriendengroep geworden. Zo werd zelfs 's nachts nog stevig verder verbroederd tot in de vroege uurtjes. Wanneer we na een week Ein el Helweh kamp verlieten (na een ontspannende picnic in de bergen) hadden we echt de zekerheid dat we hier een nieuwe start hadden mogelijk gemaakt voor PYO in het kamp. We lieten een groep echte vrienden achter met wie we tot nu toe nog zowat dagelijks contact hebben. De meest beklijvende ervaring van onze reis was het bezoek aan Baddawi kamp in Tripoli. Alle getuigen uit Nahr el Bared zijn heel formeel: de Fatah al Islam groep heeft niets met de Palestijnse strijd te maken en is op een bepaald ogenblik uit het buitenland opgedoken, eerst in Baddawi om dan binnen te dringen in Nahr el Bared. Eerst werden ze als soennietische moslims zelfs gesteund door de pro-Amerikaanse regering als een stoottroep tegen het sjiitische Hezbollah. Toen ze ook aanvallen gingen uitvoeren tegen een Libanese legerpost werden de grote middelen ingezet door de regering. Tijdens ons verblijf in Libanon werd er nog altijd verder gevochten in Nahr el Bared en zo goed als alle inwoners van het kamp waren gevlucht. In het overbevolkte Baddawi-kamp ondergingen we een harde confrontatie met families die opgehoopt zaten in scholen en zaaltjes. Ze waren voor de tweede keer alles kwijt, hun huis, hun vertrouwde omgeving, hun buren en vrienden, hun inboedel. Talloze jongeren liepen doelloos en werkloos rond in de vele smalle straatjes. We hoorden de getuigenis van de verpleger Milad die twintig dagen gewonden en stervenden verzorgde in het kamp waar sluipschutters permanent op de loer lagen. Vorig jaar leerden we Milad kennen toen we op de vlucht waren voor de oorlog en in Nahr el Bared kamp moesten overnachten. Nu helpt hij in het kleine dispensarium in Baddawi. We waren dan ook heel blij dat we een volle valies medicamenten hadden meegesleurd vanuit België, een electrocardiografietoestel en 3000 euro die we nog voor ons vertrek aan noodhulp inzamelden. 3000 euro is natuurlijk heel weinig in zo'n omstandigheden maar onze gastheren waren er zielsgelukkig mee. |
|
||||||||||||||||||||||||